Waarom zou ik naar de kerk gaan?

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Onder deze titel schreef in 1967 professor A.A. van Ruler een boek, een bestseller. Bladzijde na bladzijde doet hij een pleidooi om de kerkgang vol te houden, of om eraan te beginnen. En dit boek is actueler dan ooit.

‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?‘, het is een vraag die in deze tijd regelmatig te beluisteren is. ‘Ik kan thuis toch ook wel geloven! Daar heb ik de kerk niet voor nodig. Thuis staan mensen me ook niet in de weg, en bovendien … elke zondagmorgen is er een dominee op TV.’ Ik ben al veel van dergelijke geluiden tegengekomen. Soms klinkt het als een goedkoop excuus, soms is het een serieuze overtuiging die postgevat heeft. Voorzichtigheid is geboden, soms gaat er achter deze vraag een pijnlijke ervaring schuil.

Zit er ook waarheid in deze vraag? Professor van Ruler weerlegt deze met 21 antwoorden:

1 Om een kans op bekering te lopen In je binnenste aangeraakt te worden door Gods Woord
2 Om een gewoonte vol te houden Stijl, plicht en roeping
3 Om een traditie voort te zetten Als schakel in een keten, vanuit het voorgeslacht, vanuit Israël.
4 Om het bestaan ten volle te beleven Existentie: bestaan, er zijn. Voor het aangezicht van God treden.
5 Om de arbeid van de lofprijzing te volbrengen Zegenen, dienen, eren, verheerlijken, dankzeggen, zingen
6 Om het bijschrift bij het plaatje te lezen De wereld is een warrig plaatje. God openbaart hoe het was, en hoe het zou moeten zijn
7 Om de wereld voor te dragen Voorbede - alle dingen met God bespreken. Recht van initiatief, recht van amendement en zelfs motie van wantrouwen (Job)
8 Om m'n bestaan tot op de bodem te doorgronden De zondige natuur - ontdekkend karakter van de prediking. Ernst & genezing
9 Om het heil te ontvangen Vergeving van zonden - gehoorzaamheid van het geloof
10 Om tot het licht te komen Verlichting van ons verstand, en het licht van Gods Woord
11 Om in de gemeenschap te worden ingelijfd Gemeenschap met Christus, gemeenschap met de drieënige God, gemeenschap met elkaar
12 Om in het openbaar het geloof te belijden Persoonlijk & publiek. Objektief : ik belijd het geloof van de kerk, maar ook subjectief: ik belijd mijn geloof. De kerkgang zelf is belijdenis
13 Om mijn bijdrage aan de gemeente te leveren In mijn aanwezigheid en bijdragen aan activiteiten
14 Om (eventueel) een ambt te dragen Door de ambten wordt het gezag van Christus uitgeoefend.
15 Om de zin van de zondag te verwerkelijken Vrijheid, ontspanning, vreugde, voorspel op de eeuwige sabbat
16 Om het kerkelijk jaar mee te maken De feesten, de heilsfeiten vieren
17 Om rust te vinden Terugtrekken uit de hektiek, sociale functie (eenzaamheid). We vinden rust voor de onrust over deze wereld, over het eigen bestaan
18 Om gesticht te worden Brood voor het hart, innerlijke vroomheid. Als kind mee beginnen
19 Om weer op toonhoogte te komen Godsdienst-oefening, Gods bedoeling met ons leven - lezing van de wet
20 Om wegwijs gemaakt te worden Wegwijs in ons eigen hart, in het veld van de goede werken
21 Om de verlossing van de wereld te vieren Het eigenlijke geheim van de wereld - verwachting van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

Prof. dr. Martien E. Brinkman (VU) heeft een ordening in zeven punten gemaakt:

  • Bezinning. Voor concentratie, medidatie en vormgeving. De kerk is de plaats voor een bezinningsmoment. Geen show of voorstelling.
  • Hoogtepunten. Het delen van de hoogte- en dieptepunten van het leven. Geboorte, doop, belijdenis, huwelijk, overlijden. De kerk heeft hierin een rijke traditie.
  • Zingen en bidden. Herhaling, gemeenschappelijkheid en stemgeving. Ga naar een voetbalstadion en leer wat dat inhoudt. Herkenbaarheid, en wissel niet te veel af. Liturgievernieuwing is daarom net als een nieuwe bijbelvertaling tegelijk een noodzaak en een ramp.
  • Netwerk. Gemeenschapsregels. Leer en leven die bij elkaar horen.
  • Naastenliefde. De eerste christelijke gemeente stond in gunst bij heel het volk (Hand 2:47), en wij? In de wereld gelden andere normen: prestatie en reputatie.
  • Godsontmoeting. Het geloof. Christus in mij, die moet groeien (Paulus).
  • Troost. De kerk als vindplaats van troost en inspiratie.