Bidstond voor Israel
December 2011: interkerkelijke bidstond voor het heil voor Israël. D.V. donderdagavond 8 december om 19.30 uur in kerkgebouw Gereformeerde Gemeente. Ds. J.P. Boiten spreekt over : Het gebed voor Israël en de Bijbelse toekomstverwachting. Evangelist P. Pols spreekt over: Het gebed voor Israël en onze schuld tegenover Israël. Aansluitend ontmoeting met koffie! Beperkte boekentafel aanwezig.
Oktober 2011 - We zijn iets wezenlijks kwijtgeraakt: lees over het nieuwe comite 'Herleving Gebed voor Israel'. Lees ook het interview met bestuursleden dhr. Oudenaarden en ds. Boiten. Lees hoe dit onderwerp leefde ten tijde van het Reveil, Nadere reformatie. En over bekende namen als Isaac da Costa, Brakel, Van der Groe, Philpot, Spurgeon, Boston.
September 2011. Dr. Plaisier - scriba van de PKN - waarschuwt voor radicalisering in Israëldebat. Exclusieve solidariteit met Israël of met de Palestijnen kan snel leiden tot radicalisering en polarisatie in de kerk. „Als ik soms lees of hoor hoe fel er van beide kanten op broeders of zusters wordt ingehakt”, aldus dr. A. J. Plaisier, „dan is dat een gevaar voor de kerk, waarvoor ik ernstig voor wil waarschuwen.” Lees het volledige artikel. En ook Plaisiers reactie op de brochure 'onopgeefbaar verbonden'.
Mei - november 2011. Dr. M van Campen vraagt aandacht voor Israel. In de Protestantse kerk is er volgens de GB te weinig aandacht voor de blijvend unieke positie van dit land en volk. De volledige brochure is te bestellen bij de www.gereformeerdebond.nl (menu (menu boeken en brochures). Zie ook een aantal recente interviews in het RD: Veel beloften vervuld, maar niet voltooid' en Beloofd is beloofd.
Op een aantal informatieve websites is veel gerichte informatie te vinden: lees verder op de thema-pagina over Israel.
Bidt om vrede voor Jeruzalem, laat het goed gaan met hen die u liefhebben (ps. 122 : 6).
De Protestantse Kerk in Nederland verklaart in de kerkorde: De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël (Romeins Artikel I.7a).


