Orgel Dorpskerk

In 1761 vervaardigde de bekende Goudse orgelbouwer Hendrik Hermanus Hess het orgel voor de Dorpskerk. De huidige orgelkas dateert nog uit dat jaar. Het orgel zelf is in de loop van de eeuwen wel verschillende keren vernieuwd of aangepast. In 1772 werd het orgel door Hess uitgebreid, terwijl in 1794 en 1849 respectievelijk de bekende orgelmaker Bätz en de plaatselijke organist Dirk van Rossum het orgel enigszins aanpasten.

In 1925 werd het oude Hess-orgel vervangen door een nieuw orgel in de oorspronkelijke orgelkas. De bouwer is J. de Koff uit Utrecht.

Dit orgel werd op zijn beurt in 1971 vervangen door het huidige orgel, gebouwd door Jac. Van der Linden & Co. Dit orgel is wederom geplaatst in de oorspronkelijke orgelkas en is op 23 november 1971 door Herman van Vliet ingespeeld. Orgelbouwer Louis J. Kramer heeft de dispositie in 1980 smaakvol uitgebreid met een Cornet 5st.

De monumentale orgelkas van Hess is in 1987 gerestaureerd onder toezicht van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

 

Manuaal I (hoofdwerk):
  • Bourdon 16'
  • Prestant 8'
  • Octaaf 4'
  • Octaaf 2'
  • Roerfluit 8'
  • Gedekte fluit 4'
  • Nasard 2 2/3'
  • Mixtuur 5 st.
  • Sexquialter 2 st.
  • Trompet 8'
  • Cornet 5 st.(sind 1980)
Manuaal II (zwelwerk):
  • Gedekt 8'
  • Gamba 8'
  • Celeste 8'
  • Prestant 4'
  • Roerfluit 4'
  • Woudfluit 2'
  • Quint 1 1/3'
  • Scherp 4 st.
  • Hobo 8'
Pedaal:
  • Subbas 16'
  • Gedekt 8'
  • Prestant 8'
  • Octaaf 4'
  • Schalmei 4'
  • Bazuin 16'
Speelhulpen:
  • Koppeling I-II
  • Koppeling Pedaal-I
  • Koppeling Pedaal-II
  • Zwelpedaal
  • Tremulant I
  • Tremulant II

Manuaalomvang: C-g'''
Pedaalomvang : C-f'

 

Orgel Salvatorkerk

Het orgel is in 1863 gebouwd door W.H. Kam (Rotterdam) voor de chr. geref. kerk aan de Raampoortlaan te Rotterdam. In 1901 breidt A. van de Haspel (Rotterdam) het uit met een tweede manuaal en plaatst het over naar de Nieuwe Noorderkerk te Rotterdam. De firma A.S.J. Dekker (Goes) breidt het in 1921 uit met een pedaal met pneumatische tractuur. In 1933 restaureert de firma G. van Leeuwen & Zoon (Leiderdorp) het orgel en intoneert het pijpwerk opnieuw. De firma N.D. Slooff (Ouderkerk aan den IJssel) plaatst het in 1968 over naar Bodegraven, waar het in een nieuwe kas geplaatst wordt. De dispositie wordt gewijzigd. In 1995 restaureert de firma Verschueren Orgelbouw (Heythuysen) het instrument. De oorspronkelijke dispositie wordt gereconstrueerd, de pedaallade wordt vernieuwd evenals de orgelkas en de frontpijpen.  

Manuaal I (hoofdwerk):

  • Bourdon 16', vanaf c (1995)
  • Prestant 8' (1995)
  • Holpijp 8'
  • Octaaf 4'
  • Fluit 4'
  • Quint 3'
  • Octaaf 2'
  • Mixtuur 4-5 sterk
  • Cornet 8' 5 sterk discant
  • Trompet 8' bas/discant (1933)

Manuaal II (bovenwerk):

  • Bourdon 8'
  • Salicionaal 8', vanaf c
  • Prestant 4' (1995)
  • Flûte douce 4'
  • Woudfluit 2'

 

Pedaal:

  • Subbas 16' (1921)
  • Prestant 8' (1995)
  • Fagot 16' (1894).

Speelhulpen:

  • Koppeling I-II
  • Koppeling Pedaal-I
  • Tremulant gehele werk.

Manuaalomvang: C-f3.
Pedaalomvang: C-d1

 

terug <<